terug

De Big One (2018)

Preek

Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielen
Die zich nederig smekend in het vagevuur bevinden
En hun harten hebben uitgesneden en ze dragen het in hun handen En met hun ogen het kloppen van hun sterfelijkheid aanschouwen Het kloppen van het hart, het hart klopt in hun handen
Hun tongen proeven of het zoet is
Maar ze proeven alleen bitter
En ze zien de grauwe wachter met de sleutels van de afgrond
Ze vragen aan die schaduw:
“Hoe verdwijnt het bitter?”
En ze vragen aan de schaduw:
“Hoe maak ik mijn hart lichter?
Want straks komt de weegschaal
Met enerzijds mijn zondes
En anderzijds een veer van licht
Hoe kunnen ondermaanse daden
Minder wegen dan een veer?”
En ze vragen aan de schaduw:
“Maak mijn hart toch minder bitter
Want dit kloppende orgaan is veel te zwaar, is veel te zwaar” Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielen 
Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielen Die tussen gerechtigheid en mededogen
Een touw zien gespannen
Met de gouden poort aan de overzijde 
En de vlammen beneden
Een naamloze massa die wacht hoe zij de oversteek gaan nemen
En bovenzijds een loopbrug waar duur geklede zondaars met ongewogen harten hun vrije oversteek mogen nemen
Zichtbaar voor het oog, te ver om de sprong te wagen
Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielenVandaag zullen we bidden voor de dolende zielen Hun hart huilt in hun handen
Hun hart vraagt: “Was ik zo slecht
Wie zegt me wat ik verkeerd heb gedaan?” Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielen 
Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielen
Wanneer aarde aan het barsten is
En de schuldvraag gonst in een storm van wilde krekels
De donder en de bliksem en natuurlijk is er regen
De grauwe wachter met de sleutels van de afgrond buldert:
“Schuldig!”
De grauwe wachter met de sleutels van de afgrond buldert:
“Schuldig, schuldig, schuldig!”
En de huilende harten smeken:
“Schuldig dan van wat?
Wat hebben wij misdaan..? Wat hebben wij misdaan?”
De grauwe wachter buldert:
“Schuldig zijn de melaatsen
Uw sombere hart heeft uw lichaam verzwakt
U bent onrein, u bent walgelijk
Schuldig zijn de ongelovigen en de afgodenaanbidders
God verplettert de hoofden van zijn vijanden
De harige kruinen van wie met schuld zijn beladen, jullie voeten zullen waden in jullie eigen bloed, met hun tongen zullen jullie honden ervan likken Schuldig zijn de vrouwen, gij koeien van Basal
Die zich in de nachtmerrie der verlichting aan de man gelijk wanen
Schuldig zijn de mannen die met mannen liggen
U begaat een gruwel
Uw bloed is op u en u zult zeker ter dood worden gebracht
Schuldig zijn de ontslagen slaven die hun vrouw en kind niet willen verlaten U zult worden verminkt door een priem die door uw oor worde geslagen Schuldig is hij die zijn eerst geboren zoon niet aan de Heer offert
Schuldig is hij die overspel pleegt
Zijn bloed is op hem
Dieven, hebzuchtigen, dronkaards en afpersers
U zult allen Gods Koninkrijk niet erven”
Vandaag zullen we bidden voor de dolende zielen 
De dag van de HEER breekt aan, meedogenloos, grimmig, in brandende toorn Het land zal in een woestenij veranderen
De zondaars die er wonen verdelgt hij
Wie gegrepen wordt, zal doorstoken worden, wie weggevoerd wordt 
zal omkomen door het zwaard
Hun kinderen worden voor hun ogen doodgeslagen,
hun huizen geplunderd, hun vrouwen verkracht
En hij die zich opstandig weet zal omkomen in de strijd, zijn kleine kinderen zullen worden doodgeslagen, zijn zwangere vrouw opengereten
De dag van de Heer breekt aan meedogenloos, grimmig, in brandende toorn En daar zien wij de doden...
Door de zeeën opgebraakt uit de graven gebarsten
Staande voor een troon en er worden boeken geopend
En de doden worden geoordeeld
En ze kijken in de afgrond
En de brandende toorn kolkt als lava in de diepte
En de zondaars kijken angstig in de diepte 
En wij kunnen wel bidden voor de dolende zielen Maar zijn wij zelf niet even zondig?
Zijn wij zelf niet even schuldig?
Is ons bloed niet op ons? 
Staan wij daar zelf niet voor de afgrond?
Angstig op het touw met de brandende toorn onder ons?
Kunnen wij onze ogen wel afhouden van de weerzinwekkende diepte? De schaduw met de sleutels heeft onze hel geopend
Wij zijn schuldig, schuldig, schuldig!
En u kunt niet langer wegkijken voor het vuur
U kunt niet langer wegkijken voor het vuur
U kunt niet langer wegkijken voor het vuur
En we worden allen in de poel des vuurs geworpen 
Hooghartig hebben we gebeden voor de dolende zielen Maar niemand zal nog bidden voor onze grote schuld
En we worden gewogen en onze harten te zwaar bevonden En we worden door de brandende toorn des almachts
In de poel des vuurs geworpen
We worden door de almacht
In de poel des vuurs geworpen
In de poel des vuurs geworpen
In de poel des vuurs geworpen 
Ga heen in de vrede van De Big On